|
|
Verftips | |
|
Kleurtheorie
5.1. Kleurencirkel
5.2. Schrijfeffect
5.3. Dekkracht
5.1. Kleurencirkel
Duizenden kleuren vinden allen hun oorsprong in slechts drie primaire kleuren. Aangezien in het mengen van verf de subtractieve kleurmenging geldt zijn de primaire kleuren hier rood, geel en blauw. Door twee van deze primaire kleuren in gelijke hoeveelheid met elkaar te mengen bekom je de secundaire kleuren: oranje, violet en groen. |
Dat betekent niet evenveel van elke kleur in de ruimte gebruiken, maar een vleugje van de ene kleur bij de andere. Complementaire kleuren lenen zich uitstekend om accenten te leggen. Je kan bijvoorbeeld het geheel verzachten: een zachte crèmetint is nog altijd complementair aan blauw. Een mooi voorbeeld: je hebt alle muren in een living in een zacht geel geschilderd. Door een groot open raam is er zicht op een groot gazon. Reflectie van het groene gazon geeft aan de muren in de kamer een vieze groene schijn. Je kan dit oplossen door aan de muurverf een klein beetje rood toe te voegen. Het rood, dat complementair is aan groen, zal de rare groene lichtreflectie vernietigen.
Opgepast ook voor metamerie, dwz kleurverandering in functie van de lichtbron. Een muur en een voorwerp kunnen er in daglicht precies hetzelfde uitzien en verschillend in kunstlicht. Dit heeft te maken met een verschillend spectrum van deze 2 soorten licht. Kunstlicht is roder en zal dus bepaalde pigmenten in de verf niet tot zijn recht laten komen: de kleur "perzik" kan alzo in kunstlicht roze worden omdat het gele pigment in de perzikkleur onderbelicht wordt. Ook de complementaire kleuren spelen een rol in het fenomeen metamerie: zo kan een groene auto onder oranjerode straatverlichting grijs lijken! Complementaire kleuren vernietigen elkaar. Alle kleuren in verven worden vastgelegd onder daglicht. Hou er rekening mee dat een kleur kan afwijken onder kunstverlichting zoals TL-lampen, gloeilampen of halogeenspots. Laat je niet misleiden door kleuren op papier gedrukt, want die kunnen nogal eens verschillen van de oorspronkelijke verfkleur. Ook de kleuren op de verfpotten zijn slechts bij benadering juist. Een gouden raad: als je niet zeker bent, zet eerst een staaltje met twee kleurlagen op papier en beoordeel dat op verschillende tijdstippen van de dag alvorens je hele muur te verven. De beoordeling gebeurt best in de omgeving en onder de lichtbron waar de kleur uiteindelijk zal toegepast worden.
5.2. Schrijfeffect De kans is groot dat je op die mooie donkere wand witte strepen krijgt, net alsof je erop geschreven hebt. We noemen dit het schrijfeffect. Donkere kleuren zijn minder krasvast, dwz dat door krassen in de verffilm er een lichter spoor op de muur achterblijft. Wil je de witte kras verwijderen door erop te wrijven dan gaat dat stuk meer glanzen dan de rest van de muur. Een muurverf is nu eenmaal niet zo krasvast als een lak en hoe matter de verf, hoe meer schrijfeffect.
5.3. Dekkracht Laat ons ervan uitgaan dat kwalitatieve verf zoals Boss er een is, goed dekt. Maar of een verf al dan niet goed dekt, varieert ook in functie van een aantal factoren.
|
Deze site bekijk je best in Microsoft Internet Explorer ®, © 2007 - Franco-Belge