|
|
Verftips | |
|
Hoe begin je er aan?
2.1. Observeren
2.2. Hou rekening met het licht
2.3. Andere woonfuncties, andere kleuren
2.1. Observeren Ben je het beu om steeds op die lelijke wand te kijken? Dan is je interieur aan opfrissing toe. Likje verf en klaar? Geen sprake van, want dan is de kans groot dat je na een half jaar alweer aan vernieuwing toe bent.
|
|
Loop eens door je huis met de ogen van iemand die nog nooit over de vloer is geweest en ga dan na wat je zoal opvalt of zelfs eigenlijk niet echt bij elkaar past. Maak een inventaris op van de vaste zaken die niet geschilderd kunnen worden. Vaak dienen die als basis voor jouw uiteindelijke kleurkeuze. Een gouden regel: bezint eer je begint! Wat is de kleur en het materiaal van de vloer (tegels, natuursteen, parket, tapijt, vinyl,...)? Hoe zien de deuren eruit en mogen ze mee geschilderd worden? Zijn er tapijten, overgordijnen die nog een tijdje moeten meegaan (gordijnen kan je eventueel verven met textielverf)? Wat is de kleur en het materiaal van de meubelen, zijn er grote schilderijen waarmee je rekening moet houden?
Respecteer de materialen. Koele of harde materialen vragen niet om een softe kleur. Bijvoorbeeld: ijzersmeedwerk zet je niet in het roze.
2.2. Hou rekening met het licht Licht is heel belangrijk en heeft een grote invloed op kleur. Om kleur te zien heb je licht nodig. Wat is de oriëntatie van de ruimte ten opzichte van de zon? Schijnt de zon werkelijk op je muur of ligt de ruimte aan de noordkant en schijnt de zon niet rechtstreeks binnen. Of misschien is de kamer slechts voorzien van een klein raampje en valt er maar heel weinig licht binnen. Dat zijn allemaal factoren waarmee je rekening moet houden alvorens je lievelingskleur op de muur te zetten. Ook de verlichting is een belangrijke factor bij de kleurkeuze. Het type verlichting beïnvloedt hoe we de kleur waarnemen. Een witte TL-lamp is koel, een gloeilamp geeft geel licht. Een kleur kan anders lijken als ze door verschillende types lichtbronnen belicht wordt. Bovendien geven verschillende types licht ook een andere sfeer waardoor ze niet in alle ruimtes passen. Een witte TL-lamp geeft koel licht, maakt kleuren koud en zorgt dus voor weinig sfeer. Daarom is zo'n lamp geschikt voor werkzones en kantoorruimtes en niet in een woonkamer. Halogeenlicht benadert meest het daglicht. Halogeenverlichting is sterk, vandaar dat het geen overbodige luxe is een dimmer op de verlichting te plaatsen, wil je een intieme sfeer in je woonkamer creëren.
Wist je dat alles eigenlijk kleurloos is? Om kleur te zien heb je licht nodig. Kleur is weerkaatst licht. Is er direct contact met de tuin (veel groen)? Kijk je uit op een terras of een muur met een specifieke kleur? Is de ruimte gelegen aan de straatkant? Allemaal factoren waarmee je best rekening houdt alvorens je woning in een ander kleurtje te zetten.
2.3. Andere woonfuncties, andere kleuren Niet iedere ruimte is geschikt voor eender welke kleur. Hou dus rekening met de functie van de ruimte en doorloop de verschillende zones in de woning vooraleer je begint te verven.
Actieve zones zoals de keuken, een bureau of een hobbyruimte kunnen wel wat kleur aan. Hier moet je de sfeer krijgen van een plezierig drukke zone, luchtig en licht en met een beetje humor.
Het salon, een bibliotheek, de tv-kamer, de eetzone of een veranda zijn dan weer ruimtes om te relaxen. Het spreekt voor zich dat je hier geen koude agressieve kleuren op de muur plaatst. Warme kleuren maken de sfeer gezellig zodat je er uren in alle rust kan vertoeven.
Natte zones zoals de badkamer en de douche kan je zowel koel en klinisch houden (veel wit) of je kan er evengoed een gezellige "wellness"- sfeer creëren.
In de doorloopzone zoals de hall en de vestiaire mag je gerust eens alle remmen loslaten. De passagezone is de ruimte bij uitstek om te experimenteren met kleur. Het is tenslotte een zone waar je kortstondig verblijft. De inkomhal kan gedurft en koel zijn.
Kinderkamers kunnen wel in kleur gezet worden, maar niet overdrijven is hier de boodschap! Kinderen die in felle kleuren slapen zijn vaak onrustig. Kinderen die veel tijd in zachte pasteltinten doorbrengen zijn doorgaans rustige kinderen. Wil je iets speciaals, beperk je dan tot één accentmuur in een felle kleur en kies dan best voor de muur waarop ze niet moeten kijken als ze studeren aan hun bureau. Het verdient aanbeveling nooit de kinderen de kleur van hun kamer volledig zelf te laten kiezen. Vaak kiezen ze voor te felle kleuren, die ze al te snel ontgroeid zijn.
Slaapkamers zet je best in rustige, niet actieve kleuren. Wil je een accentmuur aanbrengen in een opvallende kleur, kies dan voor de muur aan het hoofdeinde van het bed. Kijk uit met spiegels aan de overkant van de kleurige muur. Accentmuren in donkere, diepe kleuren kunnen best, bv. diep bordeaux of aubergine gecombineerd met grijsbeige.
|
Deze site bekijk je best in Microsoft Internet Explorer ®, © 2007 - Franco-Belge