|
|
Verftips | |
|
home / verf / verftips / muren binnen |
||
|
Voorbereiding en grondlaag
1.1.
Ongeschilderde muren
en plafonds in pleisterwerk |
|
Schilderen is meer dan alleen maar een laagje verf geven. Een verfsysteem bestaat uit een combinatie van een juiste voorbereiding met een gepaste grond- en afwerklaag. Deze voorbereiding is afhankelijk van het type ondergrond en de staat waarin die zich bevindt.
1.1. Ongeschilderde muren en plafonds in pleisterwerk Reinig onbehandelde muren steeds droog met een harde borstel. Het reinigen van pleisterwerk met water zoveel mogelijk vermijden. Water lost het pleisterwerk gedeeltelijk op waardoor na droging verpoedering kan ontstaan. Meestal volstaat het om het pleisterwerk grondig af te stoffen. Eventuele oneffenheden worden weggestoken of geschuurd met schuurpapier (280-360) op een blokje. Vetachtige vervuiling op het pleisterwerk (bv. in keukens) afwassen met Super ontvetter Fabel of met white spirit. Oude verpoederde kalklagen, loszittend pleisterwerk of andere onvaste ondergronden verwijderen met een steekmes, harde borstel of een staalborstel. Fixeren: heeft als doel onvaste of verpoederde ondergronden vast te zetten zodat die probleemloos kunnen overschilderd worden. Verpoedering komt vooral voor bij zeer oud pleisterwerk of bij gipspleisterwerk dat nat is geweest. Ook een baksteenmuur met "zoutuitslag" moet gefixeerd worden. Men kan duidelijk vaststellen of een ondergrond verpoederd is, door er eens met de handpalm over te wrijven. Hangt er poeder aan de hand dan moet je fixeren. Fixeren altijd laten vooraf gaan door een droge reinigingsbeurt.
Met welk product fixeren? Fixol Kleurloos fixeermiddel op solventbasis (diepe indringing). Waterbestendig. Verbetert de hechting van de eindlaag. Sterke verpoedering: niet verdunnen. Anders tot 30% white spirit toevoegen. Fixol aanbrengen met de blokborstel tot verzadiging van de ondergrond.
Bijwerken Putten spleten en oneffenheden worden opgevuld met een vulmiddel. Ook loszittende stukken of holklinkende pleister moeten verwijderd en hersteld worden. Voor een effen eindresultaat kan het noodzakelijk zijn om de ondergrond vooraf uit te vlakken. Hiervoor hebt u de keuze uit kant en klare plamuren of afwerkplamuren in poedervorm. Na droging eventueel wat bijschuren en goed ontstoffen.
Met welk product bijwerken?
Isoleren Muren die bijgewerkt werden met plamuur of vervuilde muren (nicotineaanslag, waterkringen, roet of viltstift) worden met een specifieke grondlaag voorbereid om "doorbloeding" van de vlekken te voorkomen.
Met welk product isoleren?
Isoleren Muren die bijgewerkt werden met plamuur of vervuilde muren (nicotineaanslag, waterkringen, roet of viltstift) worden met een specifieke grondlaag voorbereid om "doorbloeding" van de vlekken te voorkomen.
Met welk product isoleren?
Afdichten met kit Eventuele voegen of barsten afdichten met Elastokit. Dit is een acrylaatkit die snel overschilderbaar is en weinig krimpt. Afkitten gebeurt steeds na het plaatsen van de grondlaag.
1.2. Gipskartonplaten De voegen steeds uitplamuren met vulmiddel (Joinfiller Gyproc). De laatste laag plamuur mag ook Boplax zijn. Na droging de plamuur plaatselijk bijschuren. Grondlaag Bisol of Optiprim aanbrengen. Bij Bisol na ongeveer 6 uur de vezels lichtjes wegschuren. Na droging van de grondlaag afwerking naar keuze met één à twee afwerklagen.
1.3. Andere ondergronden Bakstenen muren binnen Eventuele zoutuitbloedingen droog verwijderen met een harde borstel en de resten fixeren met Fixol. Bastenen muren kunnen rechtstreeks afgewerkt worden met een waterverdunbare latexverf. Gladde bakstenen worden na reiniging voorbehandeld met Omniprim. Afwerking met verf naar keuze. Bakstenen muren kunnen ook afgewerkt worden met een kleurloze bescherming (tegen stof). Gebruik hiervoor Isolprimer of Decofinish. Cementering en beton Na het verwijderen van eventuele zoutuitslag kunnen deze ondergronden rechtstreeks afgewerkt worden met twee lagen waterverdunbare latex.
1.4. Reeds geschilderde muren en plafonds De voorbereiding hangt af van de aard en toestand van de ondergrond. Reinigen Oude, matte, poreuze verven bij voorkeur niet afwassen maar rechtstreeks overschilderen met een grondlaag (Bisol, Optiprim). Je kunt controleren dat de verf poreus is op de volgende manier: Wrijf over het oppervlak met een goed bevochtigde spons. Wordt het water onmiddellijk opgenomen in de verflaag, dan is deze poreus. Bij niet poreuze verven loopt het water van de muur.
Vervuilde verflagen die niet poreus zijn, worden best wel afgewassen: Vetachtige vervuiling afwassen met Fabel Super ontvetter of white spirit. Oppervlakkig vuil afwassen met water en een beetje detergent (klein beetje Super ontvetter). Naspoelen. Laat de muur voldoende lang uitdrogen na het afwassen. Oude laklagen grondig opschuren, ontstoffen en verven met een grondlaag (Optiprim). Dit verzekert een goede hechting voor de volgende lagen.
Herstellen Na reiniging herstellingen uitvoeren (Jointfiller).
Grondlaag Het is aan te bevelen om steeds een grondlaag te plaatsen op oude verflagen. Dit biedt de beste garantie op een geslaagd eindresultaat. Hiervoor hebt u de keuze uit Bisol Of Optiprim.
|
Deze site bekijk je best in Microsoft Internet Explorer ®, © 2007 - Franco-Belge